Raadscolumn Jos Beugelsdijk (CDA): Een buurthuis?

Ze waren al heel lang samen en dat het niet zo zou blijven dat wisten ze wel. Maar toch viel het zwaar toen hij viel weg en zij alleen achter bleef. En om iedere morgen ‘goede morgen’ tegen jezelf te zeggen, wordt op de duur ook vervelend.

Jos BeugelsdijkZe wist dus dat als ze niet zelf actief werd, ze al heel snel achter de geraniums terecht zou komen. Natuurlijk was ze blij als de kinderen langs kwamen, maar dat werd ook steeds minder. Logisch toch, zei ze tegen zichzelf. Je hebt niets meer te vertellen, klagen dat er zoveel blad in de tuin ligt is niet interessant en de kinderen hebben het druk. Druk met werk, met de kleinkinderen en met hun hobby’s. Maar wat dan?

Ze ging maar weer eens langs bij de buurvrouw die tijdelijk bedlegerig was door een heupoperatie. Vragen of ze wat voor haar kon doen. Samen zaten ze aan de koffie toen de buurvrouw enthousiast vertelde dat ze snel weer op de been zou komen en dat ze dan beslist weer naar het buurthuis zou gaan. 

“Het buurthuis?”, vroeg ze verbaasd, “wat is dat dan?” De buurvrouw vertelde dat ze daar iedere week, soms zelfs twee keer per week kwam voordat ze geopereerd werd. Het is een huis waar mensen die eenzaam zijn gezelligheid zoeken. En je hoeft niets, je bent niets verplicht. Kom je alleen voor een praatje, prima. Maar je kan er soms ook een kaartje leggen, mee doen aan de bingo en af en toe wordt er iets georganiseerd als een modeshow of komt er iemand iets vertellen over een interessant onderwerp. “Waarom ga je niet eens mee, vroeg ze?”. 

Ze was er nu 2 keer geweest en heel enthousiast geworden. En als de kinderen kwamen raakte ze niet uitgepraat over wat ze daar had meegemaakt, gehoord en beleefd. En natuurlijk wat ze had gewonnen met de bingo.