College beantwoordt vragen Lijst Salman Noordwijk over woningverkoop Offem Zuid

Het college heeft de vragen van Lijst Salman Noordwijk beantwoord over de verkoop van woningen door Van Rhijn Bouw in Offem Zuid. Het is niet meer dan logisch dat hij dat doet. De bouwer is namelijk eigenaar van de grond en bouwde de woningen zelf.

Geen grip?

“Moeten wij concluderen dat de burgemeester en projectwethouder geen enkele grip willen hebben op de toewijzing van de nieuwbouwwoningen in Offem Zuid?”, dat wil Lijst Salman Noordwijk van het college weten. De partij stelde dan ook schriftelijke vragen.

Zo maar verkocht

Op 15 oktober 2018 is namelijk de inschrijving voor de verkoop van de woningen van Offem Zuid fase 2 gestart. En blijkt, in de beleving van Lijst Salman Noordwijk, dat opnieuw woningen niet in de verkoop zijn en al door Van Rhijn Bouw - vooraf - zijn verkocht of gegund. Het lijkt wel alsof er gesold wordt met het gemeentebestuur.

Geheel volgens afspraak

“Nee, dat is geen juiste conclusie”, aldus het college. “Van Rhijn Bouw BV zal zelf vrije sector woningen gaan verkopen, zoals nu bekend 6 woningen. Dit zijn geen sociale koopwoningen maar vrije-sectorwoningen. Dit is gebaseerd op een afspraak uit verleden, gemaakt tussen Van Rhijn Bouw en BPD. Dit is niet onrechtmatig.”

En, zeker niet onbelangrijk: “De ontwikkelaar is namelijk eigenaar door het kopen van de bouwrijpe grond en het voor eigen rekening bouwen van de woningen”, aldus het college in zijn beantwoordingsbrief. 

Meer controle

“Had de gemeente niet contractueel moeten vastleggen dat toewijzing (nota bene op gemeentegrond) alleen door te controleren inschrijving of loting plaatsvindt?”, luidt de tweede vraag. Ook daar heeft het college een afdoende antwoord op. Bondig ook: “Nee”

Complexe materie

De beantwoordingsbrief laat goed zien hoe waar de rechten en plichten liggen, alsmede de verantwoordelijkheden. Complexe materie. Met een lange geschiedenis: “Medio mei 2016 heeft de gemeenteraad ingestemd met de samenwerkingsovereenkomst Offem Zuid. Deze overeenkomst is tot stand gekomen door het openbreken van een bouwclaimovereenkomst uit 2001.”

Koopkracht

“Dit was noodzakelijk omdat onder andere de realisatie van 30% sociale huurwoningen hierin niet was geregeld. Hierdoor had de gemeente een andere onderhandelingspositie gekregen. Ook was er ten tijde van het opstellen van de overeenkomst sprake van een voorzichtig economisch herstel na de kredietcrisis maar was de koopkracht voor huishoudens nog onzeker. De schaarste op de woningmarkt gaf destijds nog geen aanleiding om maatregelen te treffen.”