< Terug naar de vorige pagina

Standaardvoorschriften voor kleine evenementen

1.      Algemene voorschriften

1.1    Het van een ontvangststempel of ontvangstbericht voorziene meldingsformulier of een kopie daarvan moet tijdens het evenement voor directe inzage op de betreffende locatie beschikbaar zijn en na een daartoe strekkend verzoek onmiddellijk ter inzage worden gegeven aan toezichthoudend ambtenaren of opsporingsambtenaren.

1.2    Voor zover dat noodzakelijk is voor een goede naleving van de voorschriften stelt degene die de melding heeft gedaan alle medewerkers aan de activiteiten op de hoogte van die voorschriften. Degene die de melding heeft gedaan is verantwoordelijk voor de naleving van de bedoelde voorschriften.

1.3    De eventueel door de gemeente, politie en/of brandweer (ter nadere invulling van de geldende voorschriften) gegeven aanwijzingen moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd.

1.4    Gedurende de activiteiten moet de vertegenwoordiger van de organisatie te allen tijde bereikbaar zijn onder het op het meldingsformulier aangegeven telefoonnummer.

1.5    De toegang tot gebouwen en percelen van derden mag door de activiteiten niet wordt belemmerd.

2.      Voorschriften ten aanzien van het gebruik van openbare plaatsen

2.1    Het is verboden materialen of constructies van welke aard dan ook te bevestigen aan straatmeubilair, verkeersborden, lantaarnpalen en dergelijke.

2.2    het is verboden om schade aan te richten aan verhardingen, plantsoenen, grasvelden, bomen en struiken.

2.3    Het is verboden om (semi-) permanente markeringen op de bestrating of op straatmeubilair aan te brengen.

2.4    Na afloop van het evenement dient het gebruikte terrein alsmede de directe omgeving hiervan in dezelfde staat te worden achtergelaten als waarin het is aangetroffen (verwijderen van papier, afval, glasscherven, sigarettenpeuken en dergelijke).

3.      Voorschriften betreffende geluidhinder

3.1    Tijdens het opbouwen en afbreken van de voorzieningen ten behoeve van de activiteiten mag geen onnodige geluidhinder voor derden worden veroorzaakt.

3.2    Bij het (buiten de grenzen van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer) ten gehore brengen van (muziek-)geluid, met inbegrip van het gebruik van een omroepinstallatie, moet het geluidniveau zoveel mogelijk in redelijke verhouding staan tot het beoogde doel. Voor zover er sprake is van het voor publiek ten gehore brengen van muziek, moet het geluidniveau zoveel mogelijk zijn afgestemd op het bereiken van het aanwezige publiek. Niet als publiek aan te merken personen (bijvoorbeeld omwonenden) mogen niet onnodig zwaar gehinderd worden.

3.3    Alle aanwijzingen betreffende de opstelling, de afstelling en het gebruik van geluidsapparatuur, gegeven door politie of toezichthouders van de gemeente, ten einde te kunnen voldoen aan de in deze vergunning opgenomen geluidvoorschriften, dienen onverwijld te worden opgevolgd.

4.      Voorschriften betreffende de verkeersveiligheid

4.1    Als de activiteiten (deels) plaatsvinden op een trottoir, moet dat zodanig gebeuren dat op het trottoir te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers overblijft van ten minste 1,80 m breed.

4.2    Het is verboden om kabels, snoeren, touwwerk of enig ander materiaal zodanig te leggen of te hangen dat daardoor gevaar ontstaat voor struikelen, vallen of anderszins.

5.      Voorschriften betreffende de brandveiligheid

5.1    Rondom brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen moet te allen tijde 2 meter worden vrijgehouden van obstakels.

5.2    Tijdens het barbecueën moet er voortdurend toezicht zijn door een volwassene. Deze persoon mag niet onder invloed zijn van alcohol en/ of drugs. De barbecue mag niet worden verlaten alvorens het vuur gedoofd is.

5.3    Een barbecue moet stabiel zijn opgesteld en zodanig zijn geplaatst dat er geen brandgevaar ontstaat voor de omgeving.

5.4    Bij gebruik van vaste brandstof mag alleen gebruik worden gemaakt van briketten of houtskool. Voor het ontsteken mag alleen gebruik worden gemaakt van lucifers, aanmaakblokjes, aanmaakvloeistof en/of aanmaakgel.

5.5    In de directe nabijheid van een in gebruik zijnde barbecue moet een doelmatig en voor direct gebruik gereed en geschikt blusmiddel aanwezig zijn.

5.6    Een voor de barbecue gebruikte gasfles moet zijn opgesteld in een goed geventileerde ruimte. De gasfles moet voldoen aan de daarvoor geldende keuringseisen.

5.7    Aan een gasfles verbonden gasslangen mogen niet langer zijn dan 1,5 meter en moeten in goede staat van onderhoud verkeren en mogen niet uitgedroogd zijn of andere beschadigingen vertonen. Gasslangen waarop de productiedatum is aangegeven mogen niet ouder zijn dan 2 jaar. Gasslangen waarop het vervangingsjaar is aangegeven moeten voor het einde van dat jaar zijn vervangen.

5.8    Een gasdrukregelaar mag niet ouder zijn dan 5 jaar.

5.9    In gebruik zijnde stroomhaspels moeten volledig zijn afgerold.

LET OP: zijn die standaardvoorschriften voor jou te belemmerend? Vraag dan toch gewoon een vergunning aan. Daarbij kan dan maatwerk worden geleverd.